Doelstelling 3: Herstel van rechten en plichten van een onafhankelijke media.
Het is de plicht van de onafhankelijke media zich te houden aan de internationale gedragsregels van journalisten de zogeheten ‘Code van Bordeaux’. Burgers hebben recht op eerlijke onafhankelijke nieuwsgaring. Sinds de toespraak van koningin Beatrix aan het Nederlandse Genootschap van Hoofdredacteuren in februari 1999 ‘De leugen regeert’, schieten de media in Nederland schromelijk tekort. Het begint zelfs tekenen te krijgen dat zij een gevaar vormen voor onze democratie. Tijdens de Tweede Kamer verkiezingen in 22 november 2006 hebben zij gezwegen over Lijst 14 een zogeheten blancolijst. Toeval of niet maar enkele weken voor de verkiezingen deed PvdA het voorstel de media subsidie te verlenen. De coördinator van Lijst 14 heeft hiertegen geprotesteerd. Het artikel ‘Onderzoek subsidies overheid aan media’ (NRC 23/01/08) leert ons dat de overheid alle regie over bestuur en geld heeft verloren. Zie onderstaande brief aan hoofdredacteuren en zie ook het artikel in Het Echte Nieuws van 17 april 2007 ‘Waarom blijven de onafhankelijke media zwijgen’
http://www.hetechtenieuws.org/2007-04-17.htm en http://video.google.nl/videoplay?docid=-3366087071189201879&hl=nl




De code van Bordeaux
Nederlands
Engels


Nederlands

Gedragscode voor journalisten

Deze internationale verklaring is wereldkundig gemaakt als een standaard van beroepsgedrag door journalisten in hun werkzaamheid van bijeenbrengen, verzenden, verspreiden en commentariëren van nieuws en inlichtingen en in het beschrijven van gebeurtenissen.

  1. Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist
  2. Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van faire commentaar en kritiek.
  3. De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.
  4. Bij het verkrijgen van nieuws, foto's en documenten zal hij op faire wijze te werk gaan.
  5. Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.
  6. Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.
  7. De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en zal al het mogelijk doen om discriminatie te voorkomen, gebaseerd op, o.a., ras, sex, sexuale geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.
  8. Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen:
    plagiaat, laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen; het aanvaarden van steekpenningen, in welke vorm ook, tot het verrichten of het achterwege laten van enige publicatie.
  9. Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.

(Aangenomen door de IFJ tijdens congres in Bordeaux, april 1954, geamendeerd in 1986 met een negende, als zevende geplaatste artikel over racisme).


Engels

International Federation of Journalists


DECLARATION OF PRINCIPLES ON
THE CONDUCT OF JOURNALISTS


Adopted by the Second World Congress of the International Federation of Journalists at Bordeaux on 25-28 April 1954 and amended by the 18th IFJ World Congress in Helsingör on 2-6 June 1986.

This international Declaration is proclaimed as a standard of professional conduct for journalists engaged in gathering, transmitting, disseminating and commenting on news and information and in describing events.

  1. Respect for truth and for the right of the public to truth is the first duty of the journalist.
  2. In pursuance of this duty, the journalist shall at all times defend the principles of freedom in the honest collection and publication of news, and of the right of fair comment and criticism.
  3. The journalist shall report only in accordance with facts of which he/ she knows the origin. The journalist shall not suppress essential information or falsify documents.
  4. The journalist shall use only fair methods to obtain news, photographs and documents.
  5. The journalist shall do the utmost to rectify any published information which is found to be harmfully inaccurate.
  6. The journalist shall observe professional secrecy regarding the source of information obtained in confidence.
  7. The journalist shall be aware of the danger of discrimination being furthered by the media, and shall do the utmost to avoid facilitating such discrimination based on, among other things, race, sex, sexual orientation, language, religion, political or other opinions, and national or social origins.
  8. The journalist shall regard as grave professional offences the following:

      - plagiarism
      - malicious misrepresentation
      - calumny, slander, libel, unfounded accusations
      - the acceptance of a bribe in any form in consideration of either publication or suppression.

  9. Journalists worthy of that name shall deem in their duty to observe faithfully the principles stated above. Within the general law of each country the journalist shall recognize in professional matters the jurisdiction of colleagues only, to the exclusion of every kind of interference by governments or others.